Leeuwinnen

Op mijn verjaardag gaan we er een weekend op uit om het leven te vieren.
Een week of wat voor het zover is, stuurt ze een appje:
‘Bios?’
‘Ja, fijn.’
‘Genre?’
‘Vleugje drama, tranenpinker?’
‘Goed, ga ik kijken.’
Even later.
‘Lion?’ Blozertje achter het vraagteken.
‘Met jou durf ik!’ Hartje erachter.

Op vrijdagavond drinken we teveel en op zaterdagmorgen worden we rondgeleid door de stokoude stad, die we voor deze gelegenheid hebben gekozen. Fris en fruitig van de buitenlucht rollen we de bioscoopzaal binnen. Onder het rumoer van onze medebezoekers, raak ik verstild en verstijfd. Mijn zus kent mij, zoiets voelt zij aan. Drukt een kus op mijn wang en een tel of wat leggen wij onze hoofden zacht tegen elkaar aan.

Mijn zus en ik hebben dezelfde moeder maar leefden de eerste helft van ons leven grotendeels gescheiden van elkaar. De reden was de scheiding van mijn moeder en mij. In de film Lion gebeurt hetzelfde.
Wij zijn als leeuwen of liever gezegd: leeuwinnen. Wist je dat deze katachtigen hun hele leven bij dezelfde groep blijven? In tegenstelling tot de mannetjes, die meestal na drie of vier jaar de benen nemen. Ze leiden een zwervend bestaan, alleen of met andere mannetjes. Door dit zwervende bestaan worden mannetjes in de regel minder oud dan vrouwtjes. Voor ons is dat goed nieuws want wij hebben samen nog veel tijd goed te maken.
Inmiddels bevolken diverse nakomelingen onze troep en de leeuwen maken geen enkele aanstalten te vertrekken. Het verstevigt onze gehechtheid.

Terug naar de film. Inmiddels is het een maand geleden dat ik ‘m zag. Het is maar goed dat de tijd wonden heelt, anders had ik tot de dag van vandaag niet kunnen verhalen over deze unieke ervaring.
Vooropgesteld dat het eerste deel van de film, opgenomen in India, in cineastisch opzicht een parel is, raast het tweede deel als een sneltrein door het adoptieverhaal. De vijfjarige Saroo vertrekt ineens vanuit een weeshuis naar een adoptiegezin ergens op een volmaakt strand in Australië. De volwassen Saroo – smaaktechnisch door ons beoordeeld met 5 sterren – weet heel wat tranen en emoties bij elkaar te acteren. Dat is geen wonder als je bedenkt dat het kind dat hij verbeeldt, niet is verstoten door zijn moeder maar verdwááld in een veel te groot land, waar zijn geboortedorp met de beste wil van de wereld niet kan worden gevonden.
Als de kleine Saroo uiteindelijk door bemiddeling van het weeshuis aan zijn adoptiefouders wordt overgedragen, zegt zijn begeleidster: ‘These are your parents. Say Hi to your mum and dad.’ De ouders stellen zich voor: Hi, we’re your parents now.’ Ze lachen stralend en tronen hun ‘nieuwe’ zoon mee naar een bomvolle koelkast. De film gaat niet in op het adoptiebeleid van het weeshuis en de overheid, hoe de ouders in Australië aan dit adoptiekind zijn gekomen, of hoeveel zij hebben betaald voor de adoptie. Dat roept vragen op. Maar wat me vooral schokt, is dat dat dit kind een biologische moeder heeft. Tot zijn vijfde jaar heeft hij met haar, zijn oudere broer en jongere zusje gewoond in een hutachtig huisje in een Indiaas dorp nabij een steengroeve. Door toedoen van onbekenden verdwijnt in één klap deze toegewijde en liefdevolle moeder van het toneel.
Het is helaas lange tijd realiteit geweest dat adoptiefouders zich de grote redders achtten en dachten zondermeer de ouderrol te kunnen overpakken van de biologische achterblijvers. De weeskinderen die vaak geen wees blijken te zijn – hoe wreed is dat, de oorspronkelijke ouders doodverklaren – hebben geen keuze en grijpen hun kans op overleving en wie weet, levensgeluk in het nieuwe gezin. Dat begrijpt iedereen.

Kort na de komst van Saroo in het blanke adoptiegezin, dient een tweede kindje zich aan. Het blijkt een jongetje te zijn uit het weeshuis waar onze hoofdrolspeler ook vandaan komt. Deze ‘wees’ heeft het zwaar te verduren gehad als toy-boy van de bewakers.
Na vele jaren gooit de volwassen Saroo zijn kwetsbare jongere broer voor de voeten dat hij hem en vooral, zijn adoptiemoeder heeft teleurgesteld. Hij verwijt hem egoïsme en ondankbaarheid. De adoptiemoeder vertelt dan aan de oudste zoon dat haar adoptievoornemens zijn ingegeven door een visioen van kinderen met een donkere huidskleur. Ze was 12 jaar toen dit gebeurde.

Op dit punt van de film voel ik duizeligheid opkomen. Liefst stond ik op om mijn vuisten te ballen en keihard te gillen. Naast me worden zakken chips gekraakt, flessen gedopt, I phones lichtten op, geroezemoes klinkt. Kan maar beter blijven zitten.

Mede dankzij de genade van zijn vriendin, komt de volwassen Saroo erachter dat het zaak is de vraagtekens rondom zijn oorsprong tot de bodem uit te zoeken want het wil niet meer niet vlotten met zijn bestaan. Zijn wanhoop en gigantische loyaliteit jegens zijn adoptiefouders worden geloofwaardig neergezet en bezorgen de kijker kippenvel. De adoptiefouders tonen zich begaan. Ze geven hun zoon ruimte en moedigen hem aan in zijn zoektocht. Vooral Nicole Kidman in de rol van keurige huisvrouw en toegewijde adoptiemoeder, speelt magistraal. Dat bedoel ik niet persé sympathiek maar je gelooft haar.

Uiteindelijk loopt het verhaal goed af voor Saroo en zijn overgebleven Indiase familie. Ook al is de finale mooi gefilmd in een overigens triest verhaal, de werkelijkheid is dat de meeste kinderen uit dit land hun wortels nooit meer vinden, ingegeven door bureaucratie, corruptie, gebrekkige regelgeving, en ontbrekende administratie van deze grootschalige ontheemding.
Erg vind ik ook dat de tweede adoptiezoon die aan lager wal raakt, nauwelijks in beeld komt in de film. Dat is een gemis omdat het verhaal juist gaat over het falen van de opsporing, opvang en registratie van ontheemde kinderen, en de mishandeling daaropvolgend. De traumatische gevolgen daarvan stapelen zich bovenop het trauma van de voorafgaande scheiding van de moeder.
De buitenlandse adoptie volgt later in het proces. Of dat gewenst is of ongewenst, mag ieder voor zich beoordelen. Wat mij betreft worden ontheemde kinderen primair in hun eigen land en cultuur opgevangen door familie, liefst binnen de eigen gemeenschap, of door zorgvuldig geselecteerde pleegouders, waarbij de identiteit van ouders en kind zelf goed wordt vastgesteld, geregistreerd en bewaard. Deze gegevens moeten zonder meer toegankelijk zijn voor het kind. Dat recht is vastgelegd in het internationale VN-kinderrechtenverdrag.
Als dit nou allemaal niet mogelijk is of niet in het belang van het kind, kunnen we dan in ieder geval met elkaar afspreken dat het kind zelf een stem heeft in het betitelen van zijn adoptiefouders? Dat lijkt me een stap in de juiste richting.

Tot slot. Laten we niet vergeten aandacht te geven aan de trauma’s die deze kinderen met zich meedragen. Veiligheid borgen en liefde geven zijn belangrijke  voorwaarden voor hechting en dus noodzakelijk maar het is niet genoeg. We moeten erover praten met ze. Wij leeuwinnen, weten hoe je dat doet.