Gepke

Na een zitting van maar liefst vijf kwartier bij de tandarts voor een hoogstnoodzakelijke revisie van een overigens goed onderhouden gebit, ‘trakteer’ ik mezelf op een consult voor een ooglidcorrectie. Al tien jaar lang kwel ik mezelf met de vraag of ik zal laten liften of hangen. Geloof me, het is niet echt een kwestie van ijdelheid of nou ja, misschien een klein restant daarvan uit mijn jeugdjaren maar wat me meer hindert dan een rimpel minder of meer is de onuitgeslapen toestand die ik dagelijks ervaar. Alsof ik een week lang mijn bed niet heb gezien en boven mijn oogbollen drijven twee natte dweilen die ik met geen mogelijkheid krijg opgetild. Wel geprobeerd hoor maar daar krijg je zo’n wifi-voorhoofd van en dan raak je van de regen in de drup. Helaas valt aan moederskant geen navraag meer te doen over het ‘worst-case scenario’ en als ik naar mijn vader kijk, vrees ik eerlijk gezegd het ergste. Toegegeven, inmiddels is hij over de zeventig en op deze respectabele leeftijd mag je er best een beetje gekreukeld bijlopen, vind ik. Sterker nog: dat hoort zo. Maar niet als je net vijftig bent geworden.
Ondertussen ben ik feitelijk met totaal andere issues in de weer. ‘Onverveerd’ heeft geheel naar wens een vlucht genomen en dat niet alleen. Van mijn ontstaansgeschiedenis ben ik weer het één en ander aan de weet gekomen zoals mijn Friese wortels. Om die reden heb ik indertijd van mijn ontstaansouders een Friese roepnaam gekregen die maar liefst drie generaties teruggaat in de vrouwelijke lijn. Vanzelfsprekend gaat het niet om de naam ‘Eugénie’ die mijn adoptiefouders mij gaven want die is van Griekse origine en betekent zoveel als ‘Edel’ of ‘Welgeboren’ dus ik heb wat hoog te houden. Misschien ook mijn jeugd?
Weet je trouwens dat Friesland en Griekenland behoorlijk wat overeenkomsten vertonen? Om te beginnen kun je in beide gebieden mooi zeilen en ze zijn ook allebei rijk aan eilanden en vooral dat laatste vind ik heerlijk want je kunt er nooit echt verdwalen. Bovendien heb ik op een Fries eiland de hoofdpersoon van mijn boek Onverveerd ontmoet, Koekoek en zij is me bijzonder dierbaar.
Op Wikipedia lees ik dat beide beschavingen al best lang bestaan, waarbij de Grieken er wel wat eerder waren dan de Friezen. De Griekse beschaving dateert van 4000 voor Christus terwijl de Friezen een slordige 3600 jaar later de gebieden rond de Waddenzee bevolkten. De naam ‘fries’ is zo oud als de Griekse beschaving zelf want men bouwde tempels met zg. friezen. Dat zijn gebeeldhouwde schilderijen met afbeeldingen van godentaferelen. Er is vast nog meer te vinden en verbinden maar daarvoor ontbreekt de tijd want ik sta tot mijn middel in de geschiedenis van de afstandspraktijken in de 20e eeuw. Interviewverslagen, boeken, krantenknipsels, websites & links, tips en adviezen van lieve, behulpzame lotgenoten, medeburgers en professionals op het gebied van afstand en adoptie; ze stapelen zich op.
Dagen verstrijken waarop ik me afvraag waaraan ik in vredesnaam ben begonnen en daarin ligt meteen het antwoord verscholen: vanwege de vrede, liefst meteen op globaal niveau maar dat is misschien wat al te ambitieus. Vrede in jezelf, dat lijkt me een mooi begin. Vrede met wat op je pad is gekomen, over je oorsprong waarover je nog honderdduizend vragen hebt die misschien wel nooit beantwoord zullen worden en die gaten hebben geslagen in je bestaan, zwarte vlekken veroorzaken of een veeg hier en daar. Vrede met het feit dat je ooit afstand deed van je kind dat meestal goed terecht is gekomen maar dat wist je indertijd niet en evenmin hoeveel verdriet je er later van zou hebben. En niemand die dat begrijpt want het is toch al zo lang geleden. Dat klopt. In 1965 geboren werd ik, ingebakerd tussen een slordige honderd andere borelingen, voorzien van een flesje ‘inclusief’ – d.w.z. melk met valiumdruppels – want anders werd het zo’n kabaal in de babykamers. Het lijkt me hoog tijd dat deze geschiedenis in al zijn variaties wordt beluisterd, beschreven, erkend en geheeld.
Onlangs vroeg ik mijn dossier op bij de Raad voor de Kinderbescherming en dat blijkt 100 jaar te worden bewaard. De Raad spit het hele verhaal door en beslist vervolgens van welke feiten ik kennis mag nemen en welke niet. Is het niet bizar dat vijftig jaar na dato anderen nog steeds voor mij en mijn nageslacht bepalen wat ik wel en niet van mijn eigen ontstaansgeschiedenis weten mag? Ondertussen doet een hardnekkig gerucht de ronde dat ik in mijn eerste levensjaar bij een adoptiegezin in Zwitserland ben geplaatst. Gekker moet het niet worden.