Duivels dilemma

Duivels dilemma

Je ziet het vaak vermeld staan in boeken of bij de aftiteling van films:
‘Elke overeenkomst met bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.’

De privacywetgeving wordt steeds verder opgeschroefd en als jeugdhulpverlener mag je niets meer delen met derden zonder toestemming van de cliënt. Sterker nog, je hebt de plicht hem /haar / hen tegen zichzelf in bescherming te nemen. Alleen als je aantoonbaar kunt maken dat sprake is van verwaarlozing of mishandeling, mag je in actie komen en in eerste instantie alleen in anonieme zin, bijvoorbeeld door collegiaal advies te vragen of Veilig Thuis te consulteren. Ook probeer je een ingang te vinden om signalen bespreekbaar te maken in het gezin.

Dat laatste kan weerstand oproepen en soms komt het vertrouwen aan een zijden draadje te hangen. In het beste geval blijft de verbinding met het gezin in stand omdat beide partijen zich daarvoor inspannen maar soms lukt het helaas niet. Dan kun je als hulpverlener maar één ding doen en dat is je verlies nemen, vertrekken en hopen dat de zorg door anderen wordt opgepakt.

Zodra je zorgsignalen afgeeft over een gezin, kun je niet meer terug. Je bent dan verplicht de signalen te onderbouwen. Als het gezin daarvoor geen toestemming geeft, wat voorstelbaar is want confronterend of zelfs bedreigend, kun je lelijk in de knel raken. Het gezin zegt Nee tegen informatie-uitwisseling en aan de andere kant klopt de meldingsinstantie aan de deur en ook de opdrachtgevers, die jou als hulpverlener in gebreke stellen. In het ergste geval word je op de vingers getikt door je beroepsvereniging (teveel gemeld) of de tuchtrechter (te weinig gemeld). Het is dus niet zo verwonderlijk dat het aantal zorgmeldingen ernstig achterloopt bij de realiteit. Een duivels dilemma.

Het wordt nog lastiger als de cliënt de privacy van de hulpverlener schendt. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Je hulpverlener googelen, graven in de profielen, stalken of hacken. Sommige cliënten nemen aanstoot aan een publicatie waarin zij zich menen te herkennen. Vandaar het bovenstaande citaat. Als hulpverlener mag je nooit de identiteit of omstandigheden van een cliënt onthullen. In feite sta je met de rug tegen de muur als je daarvan wordt beticht. Je kunt geen weerwoord geven. Alweer een duivels dilemma.

Stel dat je niet meer in algemene zin kunt schrijven over je werkervaringen, omdat iemand zich erin zou kunnen herkennen? Hoe moet het dan met al die auteurs, wier boeken ik heb gelezen en die bol staan van leerzame praktijkvoorbeelden?

Daarom pleit ik voor tweerichtingsverkeer: niet alleen van de hulpverlener mag zorgvuldigheid worden betracht als het gaat om de privacy van de cliënt. Ook de probleemeigenaar c.q. hulpvrager mag zich rekenschap geven als het gaat om de privacy van de hulpverlener.

En als de rapen dan toch gaar zijn, ben jij als hulpverlener niet degene die een melding zou moeten doen bij Veilig Thuis. Op zo’n moment mag je eerst jezelf veiligstellen. Ook dat is een duivels dilemma want niemand kan namelijk meer een melding doen zonder zijn identiteit te onthullen. Dat is begrijpelijk want we willen niet meer dat zorgprofessionals onderduiken als de grond hen te heet onder de voeten wordt. Voorbeelden uit de media te over. Als melder moet je zelf aan de cliënt die jou aantijgt, vertellen dat je gaat melden. In bepaalde situaties vind ik dat een brug te ver.

Daarom eindig ik met het volgende citaat:
Elke overeenkomst met bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot een werkelijkheid van bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten.’