Dossier gelicht

Gisteren belde hij, de maatschappelijk werker van de FIOM.
‘Je afstandsdossier is gelicht en je mag het komen inzien.’
In mijn geval betreft het een zogenaamd ‘Valkenhorstdossier’. De naam ‘Moederheil’  – mensen verstaan vaak: ‘hel’ – die in de vorige eeuw verbonden was aan de kraamkliniek aan de Valkenierslaan in Breda, is in de jaren ’70 gewijzigd in ‘Valkenhorst’. In 1965 geboren, bleef ik na de bevalling achter zonder mijn moeder.
‘Mag ik weten wat jullie met het originele dossier doen?’
‘Dat blijft bewaard bij ons tot 2065. Het is een wettelijke verplichting om de gegevens 100 jaar te bewaren. Maar de inhoud is van jou want je moeder leeft niet meer.’ Deze mededeling treft me dieper dan ik had kunnen bevroeden en ik meen te weten waarom. Dit gebaar doet namelijk recht aan de geschiedenis van mijn moeder en mij en aan ons ongewenste, prille afscheid. Ik weet heus wel dat mijn moeder een flierefluiter was maar ook blij met haar zwangerschap. Niet voor niets heeft ze maandenlang gedraald voordat ze het opbracht te tekenen voor adoptie en geheimhouding. Misschien is dit een geromantiseerde versie en binnenkort volgt het uur van de waarheid.
Gruwelijk benieuwd ben ik en spannend is het ook want zoals de FIOM-medewerker me voorhoudt: ‘De meeste moeders worden niet zo fraai afgeschilderd in de afstandsdossiers. Dat moet je in de tijdgeest plaatsen, Eugénie en het is goed als jij je dit vooraf realiseert.’
Vandaag belt dezelfde maatschappelijk werker opnieuw. ‘Ik heb je dossier doorgenomen en kom erachter dat het niet volledig is. Jouw geboorte bij Moederheil, de afstand door je moeder en de adoptie zijn indertijd via de Voogdijraad geregeld. Het Valkenhorstdossier bevat een fractie van het totale verhaal. Hierin zijn gegevens opgenomen over jouw geboorte en ontwikkeling tot aan de adoptie. Alle informatie over de afstand door jouw moeder en de adoptieprocedure door je ouders is opgeslagen in jouw dossier bij de Raad voor de Kinderbescherming.’
‘Oh, nou zal ik de Raad dan nog maar een keer bellen?’
Op zoek naar de gegevens van mijn contactpersoon, neem ik waar hoe vreemd en onaangenaam het voelt om mijn eigen, basale gegevens na te jagen en dat ik daarvoor contact moet leggen met welwillende en tegelijkertijd wildvreemde ambtenaren die in een computerscherm naar een stukje van mijn leven kijken dat ik nog niet ken. Frappant hoe de hele afstandsgeschiedenis zich in het klein herhaalt want dat is precies wat ik doe om mijn queeste te voltooien. Afstand nemen, van mijn emoties wel te verstaan.
De raadsmedewerker neemt niet op. Dan maar een bericht inspreken en ik mix er een vleugje wanhoop doorheen want de ervaring leert dat de ontvanger dan eerder toehapt. Hopelijk belt ze gauw terug want ondertussen snak ik naar perspectief.
De FIOM-medewerker laat weten dat hij het dossier gaat mailen en dat omvat 56 pagina’s. Kom ik in ieder geval te weten hoe laat ik ben geboren, hoeveel ik woog en of ik toen al ook zo blond was. Beter laat dan nooit.