Die Wende

Het is 25 jaar geleden dat de Berlijnse muur ‘viel’. Feitelijk klopt dit niet want het komt erop neer dat op een avond Duitse grenswachters besloten niet langer in te grijpen en Berlijnse burgers tot hun stomme verbazing de grenspost zonder markeren konden passeren. Pas daarna werd de muur bestormd met hamers en beitels en tot op de dag van vandaag worden de brokstukken met winst verkocht. Wat ook niet schijnt te kloppen is de romantiek die aan deze historische gebeurtenis is toegekend. In de eerste jaren na het wegvallen van de grens tussen Oost en West, namen velen in Oost-Duitsland de benen met als gevolg dat de benodigde menskracht ontbrak voor een deugdelijke wederopbouw van het land na de val van het communisme. Bovendien houden veel mensen niet van revolutie, laat staan plotselinge ingrijpende veranderingen want het haalt hen uit hun comfortzone. Zo hoefde de Oostduitse bevolking onder het communistische bewind niet zelf na te denken want dat werd voor hen gedaan. Hoe moeilijk het is om te wenden, blijkt ondermeer uit het feit dat  bij de viering 7000 ballonnen worden opgelaten op de plek waar de Muur eerder stond terwijl inmiddels genoeglijk bekend is hoe schadelijk deze schijnbaar onschuldige symbolen van vrijheid en vreugde zijn voor onze flora en fauna.

Ook in Nederland maken we in de overgang van 2014 naar 2015 een wending mee maar dan andersom. We krijgen namelijk te maken met een nieuwe muur en die heet Transitie. Het komt erop neer dat burgers vanaf 01-01-2015 geen keuzevrijheid meer hebben als het gaat om de inzet van zorg voor hun naasten en zichzelf. De overheid heeft besloten de uitvoering van de wending bij de gemeenten op het bordje te schuiven onder het mom van de Participatiesamenleving. De gemeenten nemen hun nieuwe taak nogal letterlijk. Zo schuiven ze aan bij burgers voor een ‘keukentafelgesprek’ en geven hun oren en ogen de kost.

In mijn praktijk klinken onheilspellende geluiden als ‘Volgend jaar kan ik jou niet meer betalen, hoor’, ‘Val jij niet onder de ziektekostenverzekering’, ‘Kan ik geen korting krijgen’, ‘Mag ik in termijnen betalen’, en ‘Laat de gemeente jou maar betalen’. Stel dat ik naar mijn bakker ga en zeg: ‘Goedemorgen bakker, mag ik drie broden, gesneden graag en snel een beetje want ik heb niet de hele dag en oh ja voor ik het vergeet; op de betaling moet je wachten want ik heb nu geen geld maar misschien over een halfjaar maar dat kan ik niet toezeggen en trouwens, krijg je geen subsidie op je producten nu we er zo op achteruit gaan met zijn allen?’ Het lijkt me dat de wangen van de bakker paars kleuren en dat een oorverdovende stilte valt waarna de bakker diep inademt. Op het moment dat hij zijn mond opendoet, geef ik hem een knipoog: ‘Grapje’. Om vervolgens met mijn drie broden de winkel uit te stormen met achterlating van een eurobiljet dat ruimschoots de kosten dekt van mijn bestelling.

Zorgmijding wordt de nieuwe tendens aan de ene kant van de muur terwijl aan de andere zijde behandeling op maat wordt verzorgd in privéklinieken. De historie leert ons dat dergelijke scheefgroei achtereenvolgens leidt tot misstanden en vervolgens revolutie. Zo houden we elkaar bezig terwijl de zwakkeren in onze samenleving verkommeren.

Eén punt wil ik maken: géén ballonnen meer.