De Verzwegen Generatie

In maart schreef ik een column over hokjes.

Ook De Verzwegen Generatie is een hokje maar niet permanent, hoop ik. Het is juist de bedoeling dat we met zijn allen de stilte verbreken over wat afstand en adoptie betekent in het leven van 15.000 Nederlandse volwassenen, die in de vorige eeuw als baby bij de geboorte van hun moeder werden gescheiden.

Bij deze geschiedenis, die een aanvang nam in 1956 bij de invoering van de Adoptiewet, zijn maar liefst vijf generaties betrokken.

Allereerst had je de ouders van de ongehuwd zwangere vrouw en eventueel die van de jongeman, die als ‘verwekker’ te boek stond. In die tijd kwam incest nog veel voor.
De ouders zochten een manier zichzelf en hun familie te behoeden voor schande, roddel en achterklap. De dochter werd aangezet haar baby af te staan en de verwekker ontkende zijn rol in het geheel, of werd überhaupt niet geïnformeerd.

De volgende generatie, die van de geboorte-ouders, onderging onder dwang van ouders, familie en notabelen, het opgelegde regime. Dat leidde ultiem tot afstand van het kind en – helaas vaker dan eens – verstoting uit de gemeenschap.

De derde generatie, de afstandskinderen, kwamen in aanmerking komen voor adoptie maar niet alle baby’s hadden dit geluk. Kleine en grote mankementen konden resulteren in een permanent verblijf in weeshuizen, internaten of pleeggezinnen.

Al die baby’s hebben geboortetrauma opgelopen en soms ook een onveilige of verstoorde hechting. Ze groeiden op in een adoptiegezin of tehuis, dat wil zeggen, als ze al niet waren gestorven tijdens of kort na de geboorte. In dat geval werden ze anoniem in ongewijde grond begraven.
Sommigen rolden schijnbaar geruisloos door de jeugd. Anderen werden geplaagd door vragen over hun afkomst, of raakten gestigmatiseerd en verder getraumatiseerd door een leven in de jeugdzorg.

Nooit eerder is onderzoek gedaan naar het precieze aantal baby’s dat bij de geboorte is afgestaan in de vorige eeuw. Onderzoek onder afstandsmoeders in 2017 over de periode 1956-1984 wijst uit dat het er naar schatting 15.000 zijn. Dat aantal is weer gebaseerd op een andere schatting, namelijk een totaal van 13.000 tot 14.000 afstandsmoeders. Sommigen stonden één kindje af maar er waren er ook, die vaker terugkeerden bij de kraamkliniek of het doorgangshuis.

Niemand weet hoeveel Nederlands geadopteerden op de hoogte zijn van hun adoptiestatus, geboortegeschiedenis en geboortefamilie.

Niemand weet hoe de gezinnen van geboorte- en adoptieouders precies waren samengesteld, en hoe De Verzwegen Generatie dit heeft ervaren.

Niemand weet hoeveel geboorte- en adoptieouders en geadopteerden nog in leven zijn, en wie inmiddels zijn overleden.

Van de 15.000 Nederlandse afstandskinderen, heeft een groot deel zelf een gezin gesticht en kinderen gekregen. Dat is alweer de vierde generatie, die ook de volwassenheid bereikt. Zij krijgen nu zelf nakomelingen.

Al deze generaties hebben te maken met het grote zwijgen. Vergis je niet, afstand en adoptie werken niet alleen levenslang door in de levens van betrokkenen. Trauma, geheimen, en verstoorde familiebanden werken generaties lang door.

We weten door wetenschappelijk onderzoek en de toepassing van instrumenten als de familieopstelling, dat een belast verleden wordt doorgegeven van generatie op generatie, zolang het wordt genegeerd en ontkend. Juist door ingrijpende gebeurtenissen en ervaringen te benoemen en erkennen, wordt de weg vrijgemaakt voor gezonde relaties en groei.

Mijn adoptieouders hadden geen flauw benul dat ik een onveilig gehecht kind was. Ze vonden het maar lastig met mij. Tegen de tijd dat ik als puber begon vast te lopen, kregen ze van de huisarts het advies mij te laten testen op epilepsie. In het oude sanatorium De Klokkenberg in Breda moest ik een hele nacht opblijven, en ’s morgens kreeg ik allemaal plakkers op mijn hoofd. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Waren mijn ouders schuldig? Natuurlijk niet. Ik evenmin trouwens.

Vandaag is de facebookpagina De Verzwegen Generatie de lucht in gegaan. Neem gerust een kijkje, en laat van je horen. Samen bereiken we meer.