De pruik die altijd paste

Voor Marjon

Er was eens een pruik die altijd paste. Ze stond op het hoofd van een bevallige etalagepop in het atelier van een pruikenverkoopster. Aan de gevel hing een bordje waarop met sierlijke letters stond geschreven: Pruik te koop.

Op een dag liep een dame langs het huis van de pruikenverkoopster. Haar oog viel op het bordje en ze bedacht dat er sprake moest zijn van een misverstand. Iemand die pruiken verkoopt doet dat beslist in meervoud. De mensen willen iets te kiezen hebben. Zo ook de dame. Ze besloot aan te bellen.

Binnen hoorde de pruikenverkoopster de bel gaan. Ze liep de smalle gang door en opende de deur. Er stond een dame op de stoep. Vriendelijk knikte de pruikenverkoopster naar de bezoekster. ‘Goedemorgen mevrouw. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘Ik las het bordje aan uw gevel. U verkoopt pruiken?
‘Dat klopt. Heeft u interesse?’
‘Nou, ik zou wel even willen kijken wat u zoal in de aanbieding heeft.”
‘Maar natuurlijk, komt u toch binnen. Laat mij u voorgaan.”
De dame volgde de pruikenverkoopster door de gang naar het achterhuis, waar het atelier zich bevond. Haar oog viel direct op een onbeduidend haarwerkje op het hoofd van de etalagepop. Ze kuchte.
‘Neemt u plaats.’ De pruikenverkoopster wees naar een ronde tafel met stoelen die in een hoek van het atelier stonden opgesteld. De dame ging zitten en schoof ongemakkelijk heen en weer.
‘Koffie, of liever thee?’
‘Koffie, graag.’
De pruikenverkoopster verliet het atelier.
Nieuwsgierig stond de dame op. Ze nam uitgebreid de gelegenheid te baat om rond te snuffelen. De ramen aan de achterzijde van het atelier keken uit op een tegelpad en daarachter lag een oude schuur. Rechts van de schuur stond een geit aan een touw te grazen op een piepklein strookje groen. Links van de schuur probeerde iemand een oude auto te starten, zonder succes overigens.
Voetstappen naderden het atelier en de dame dook vliegensvlug terug op haar stoel.
‘Ik ben zeer benieuwd naar uw collectie’, begon de dame, terwijl ze haar jurk rechttrok.
De pruikenverkoopster keek aandachtig naar het hoofd van de dame, die zich dit verlegen liet welgevallen. ‘U heeft een gave huid.’
De dame bloosde.
‘Mag ik uw hoofd van dichtbij bekijken?‘
De dame werd nog roder en slikte. De pruikenverkoopster keek bemoedigend en boog zich over het hoofd zonder haar. ‘Ach ja’, mompelde ze. ‘Prachtig, hoor’. Vervolgens pakte ze een spiegel en stopte deze in de handen van de dame.
‘Kijkt u mee?’, vroeg ze vriendelijk. De dame pakte de spiegel op en bekeek zichzelf met vochtige ogen. Ze zag een heel erg kaal hoofd, een rimpelig gezicht en helemaal bovenop de kruin zat nog een laatste plukje van wat ooit een prachtige haardos moest zijn geweest. De tranen biggelden over haar wangen. Zacht streelde de pruikenverkoopster over het hoofd van de dame.

Toen stond de pruikenverkoopster op en liep naar de etalagepop. Heel voorzichtig tilde ze het haarwerkje op, liep ermee terug naar de dame, en zette het op het kale hoofd.

De dame keek in de spiegel. Haar gezicht vertrok in een grimas. Dat duurde maar even want tot haar verbijstering begon de pruik te groeien. Over haar oren, daarna tot aan haar schouders. Verder groeiden de haren en onderwijl kleurden ze zwart. Pikzwart. Toen de haren op de billen van de dame rustten, slaakte ze een zucht. Dit was wel een beetje veel van het goede maar dat durfde de dame niet hardop te zeggen. De pruik nam meteen af in lengte. Op schouderhoogte hield ze halt. ‘Geen zwart’, dacht de dame stilletjes. ‘Dat staat mij niet.’ De haarkleur veranderde in een diep kastanjebruin. De dame bekeek zichzelf kritisch en draaide haar hoofd langzaam van links naar rechts en weer terug. ‘Beetje slag wellicht?’ De steile haren begonnen te golven en maakten een zwierige slag maar binnen. De dame zuchtte opnieuw. In de spiegel zag ze het gezicht van de pruikenverkoopster, die achter haar stond. Door de ramen van het atelier drongen vaag de geluiden van de mekkerende geit en de auto die nog steeds niet wilde starten.

De dame met haar verliet die dag het atelier, zonder zich af te vragen hoe het verder moest met het atelier dat pruikloos was geworden. Ze vergaf zichzelf later dit moment van volmaakt egocentrisme.

De pruikenverkoopster sloot de deur achter de dame en liep naar haar atelier. Daar stond de etalagepop, met een onbeduidend haarwerkje. Ze glimlachte.